Mercedes-Benz 200-Serie 280 TE (S123)
In 1979 bouwde Mercedes-Benz auto's voor mensen die van plan waren om ze aan hun kleinkinderen na te laten. Niet omdat ze sentimenteel waren, maar omdat het gewoon ondenkbaar was dat zoiets degelijks ooit zou ophouden met functioneren. De W123 was het schoolvoorbeeld van die filosofie: een auto die je kocht met het idee dat je er misschien wel je hele volwassen leven mee zou doen.
En dan heb ik het nog niet eens over de T-variant, die stationwagen die in Duitsland eigenlijk altijd al een soort statussymbool was. Waar de sedan de dokter naar zijn praktijk bracht, reed de estate naar het tweede huis in de Alpen. Met ski's op het dak, een Teckel in de kofferbak, en een echtgenote die er verdomd goed uitzag in haar Bogner-skipak.
De S123, zoals de stationwagen officieel heet, werd pas in 1978 aan het gamma toegevoegd, drie jaar na de introductie van de sedan. Mercedes nam de tijd. Haast was er niet bij in Stuttgart, want als je iets doet, doe je het goed of je doet het niet. Het resultaat was een auto die niet alleen praktisch was, maar ook visueel klopte.
Geen aangeplakte kont, geen compromis, maar een doorontwikkeld geheel dat er vanaf de eerste dag uitzag alsof het zo bedoeld was. De 280 TE was daarbinnen de subtiele topversie: de M110 zespcilinder met mechanische Bosch K-Jetronic inspuiting, goed voor 185 pk. Geen V8 bombast, maar wel het soort kracht dat je op de Autobahn kon inzetten zonder dat de auto met zijn ogen rolde.
Ik had ooit een oom die zo'n auto had. Een crèmekleurige 280 TE met velours interieur en een houten dashboardstrip die in het zonlicht bijna oranje leek. Hij was tandarts in Wassenaar en reed elk jaar naar Kitzbühel. Ik mocht een keer mee, ergens eind jaren tachtig. Wat ik me vooral herinner is hoe stil die auto was, en hoe mijn oom op de Duitse snelweg gewoon 180 reed alsof het de normaalste zaak van de wereld was.
De naald van de snelheidsmeter trilde een beetje, de motor zoemde, en ik zat achterin met een Donald Duck en het gevoel dat dit was hoe volwassenen leefden. Dat beeld is me altijd bijgebleven. Een Mercedes estate was geen auto. Het was een levensstijl.
Maargoed, terug naar de hier aangeboden 280 TE. Deze kwam in juni 1979 op de wereld in Hall in Tirol, Oostenrijk, waar hij werd afgeleverd aan de Alpengasthof Grafenast in Schwaz. Een hotel in de bergen, met een gloednieuwe lichtblauwe Mercedes voor de deur. Je ziet het voor je: gasten die aankomen voor een weekje wandelen, en dan staat daar die 280 TE te blinken in de ochtendzon.
Het servicebekje leest als een novelle uit een voorbije tijd. Eerste doorlichting bij 918 kilometer. Tweede bij 8.220. Holteconservering bij 26.000 kilometer, keurig uitgevoerd met was, want in de Alpen weten ze wat strooizout met plaatwerk doet.
De auto bleef zijn hele leven in Duitstalige handen en werd met Duitse grondigheid onderhouden. In 2010 werd de motor compleet overhauld, inclusief chassis, remmen en ontstekingsinstallatie. Niet omdat het moest, maar omdat iemand besloot dat deze auto het waard was. In 2013 volgde nog een motoroverhaul bij Oldiegarage in Ainring, samen met een nieuwe voorruit.
De recente onderhoudshistorie uit Hamburg, bij de specialisten van Jürgen en Bernd Aust, laat zien dat de niveauregeling, de automaat, de remmen en diverse andere onderdelen professionele aandacht hebben gekregen.
Eind 1975 verscheen de W123-serie, de opvolger van de W114-W115 waarmee Mercedes-Benz ineens grote aantallen ging verkopen. Dat moest met de W123 natuurlijk ook weer gebeuren, zo vond men in Stuttgart. De ingenieurs kregen de eenvoudige opdracht om ‘de beste auto ter wereld’ te bouwen. En dat lukte. Wat dat kostte vond niemand in de directie erg belangrijk; de kostprijs werd vermenigvuldigd met factor ‘x’ en dat werd dan de verkoopprijs.
Dat de W123 daardoor ruim anderhalf keer zo duur was dan de modellen van de Duitse collega’s deed niet ter zake. De auto is van 1975 tot en met 1986 in productie geweest en geleverd met vier- en zescilinder benzinemotoren (200, 230, 230E, 250, 280 en 280E) en met vier- en vijfcilinder dieselmotoren (200D, 220D, 240D, 300D, 300TD Turbodiesel).
Na meer dan 2,7 miljoen exemplaren viel in 1986 definitief het doek voor de W123-serie en nam zijn opvolger (W124) z’n plaats in. Een W123 is geroemd en gekend om zijn duurzaamheid en ongeëvenaarde bouwkwaliteit. Juist daardoor is een W123 een gezochte klassieker. Nu, bijna veertig jaar nadat de laatste W123 (een Kombi) de fabriek verliet, zie je ze nog zeer regelmatig op de weg, al dan niet met hoge tot zeer hoge (en soms onbekende) kilometerstanden.
Deze Oostenrijkse 280TE is enkele jaren geleden met 120.000 km naar Duitsland gehaald door een aldaar wonende Engelsman. Hij liet de auto na enkele jaren stilstand grondig technisch reviseren en restaureren. Dat deze actie een onbedaarlijk bedrag heeft gekost is aan alles te zien. Fris en nieuw in de wielkasten en onder de motorkap, de M110 zescilinder motor is tot de laatste schroef uit elkaar geweest en volledig opnieuw opgebouwd.
De restauratie was dusdanig omvangrijk dat de eigenaar besloot om er een nieuwe combimeter in te zetten die weer bij 000.000 begon. Inmiddels is er dus 39.000 km na revisie met de auto gereden en dat valt te omschrijven als ’net ingereden’. Het betreft hier een vroeg exemplaar uit de eerste serie van voor september 1979, dus met het oude stuur en de ‘Hasenoren’ hoofdsteunen er in.
De laatste zes jaar is de W123-serie met tientallen procenten in waarde toegenomen. De Kombi (stationcar) spant daarbij de kroon. En een Kombi met de grootste motor is het meest gezocht; je zou dus kunnen stellen dat deze 280TE nog couranter is dan een zilvergrijze Volkswagen Polo uit 2024.
Deze 280 TE is meer dan een auto - het is een ervaring, een stukje geschiedenis, een zeldzaam tijdsbeeld dat met liefde is bewaard en behandeld. Een auto die onder een kleedje in jouw garage hoort te staan, maar die ook prima als dagelijks vervoer zou kunnen dienen. Of zet ‘m zakelijk in en steel de show bij je relaties! En het mooiste van alles?
Hij staat al voor je klaar in onze showroom in Katwijk. Je bent van harte welkom om hem in alle rust te komen bekijken. De koffie staat warm en vers voor je klaar, en we nemen graag de tijd om je alles te vertellen over deze unieke Mercedes-Benz. Dit is geen kans die vaak voorbij komt, dit is een uitnodiging om een droom te verwezenlijken.
Maar dat geldt voor vrijwel al onze auto’s!
Bijzondere kenmerken
- M110 2.8 zescilinder met mechanische K-Jetronic inspuiting (185 pk)
- Eerste registratie juni 1979 in Oostenrijk (Hall in Tirol)
- Originele lichtblauwe fabriekslak (code 4200)
- Stoffen interieur in goede, bewaarde staat
- Automatische transmissie
- Motor compleet overhauld (gedocumenteerd 2010 en 2013)
- Holteconservering uitgevoerd bij 26.000 km
- Volledig Duitstalig onderhoudshistorie (servicebekje aanwezig)
- Recent onderhoud bij Mercedes-specialisten in Hamburg
Mercedes-Benz 200-Serie — door ons verhandeld en in de collectie
Mercedes-Benz 200-Serie gezocht? Wij vinden hem — vaak vóór hij online komt.
De beste exemplaren wisselen van eigenaar voordat ze ooit geadverteerd worden. Met een zoekopdracht zoeken wij voor u in onze eigen collectie én in ons netwerk van merkspecialisten en privécollecties in 23+ landen. Gratis en vrijblijvend.
Uw zoekopdracht is ontvangen
Wij nemen binnen één werkdag contact op voor uw wensen en een eerlijk marktbeeld. Daarna gaan wij zoeken — en melden ons alleen met exemplaren die kloppen.


